Geluk

Parksluis

Nu bijna twee jaar geleden lag ik in het Erasmus MC.
Als je er slecht genoeg aan toe was had je op ‘mijn’ afdeling uitzicht op de sluis. Des te slechter je je voelde ,des te beter het uitzicht schijnbaar, want later toen ik er wel van zou kunnen genieten had ik uitzicht op een zijvleugel van hetzelfde ziekenhuis.
Nu werk ik op die sluis en staar licht aangedaan uit het raam met als uitzicht het Erasmus MC. Lees verder

Advertenties

Wat ik denk dat er aan de hand is al die tijd

Het begint met een hersenbloeding, 14 feb 2013.
Hierdoor ging mijn lichaam in overlevingsmodus. Alles wat het lichaam kan gebruiken om te herstellen, wordt gebruikt.
Eerst eet het vetreserves op, die had ik niet veel, dus was het spierweefsel al snel aan de beurt.
In die 2 weken in het ziekenhuis ging dit razend snel, ik kom thuis zo mager als een lat en zeer verzwakt.

Het lichaam blijft in die overlevingsmodus.
Het lichaam gaat eigenlijk een soort van “schranzen” om alles wat het maar kan vinden, op te slaan.
Hierdoor ben ik in korte tijd zoveel aangekomen.
Ik zag ook gewoon de vetbobbeltjes onder mijn huid, pijnlijke harde schijven onder mijn huid.
Na enige tijd werd dit aankomen minder, maar het heeft zeker een jaar geduurd voor het zich stabiliseerde.

Misschien dat de arts gelijk heeft dat de hypofyse is geraakt bij de bloeding, maar misschien zijn die schildklierhormonen en groeihormonen ( hiervan was de bloedwaarde wat afwijkend) juist wel onderdeel van dit overlevingsmechanisme, alles overuren laten maken om groei in energievoorraad te bevorderen.

Tegelijkertijd gaat er een afvoer proces aan de gang.

Het afwijkende gedrag in mijn plassen begon al in het ziekenhuis.
Dagen bijna niet plassen en dan weer een paar dagen volop. Tijdens die dagen dat ik niet goed plaste werden die harde schijven in mijn huid meer.
Misschien wel een soort strijd tussen overlevingsmodus en afvoer. De één wil alles houden, de ander wil alles kwijt.

Vreemde ontlasting , eigenlijk een soortgelijk verhaal.

Toen het plassen weer normaal werd, begon het overmatige zweten, ook een vorm van afvoer van afvalstoffen.

Tijdens dit proces van afvoeren naar buiten toe, is er van binnen ook een afvoer verhaal bezig.

Vervuild hersenvocht dat via de ruggengraat wordt afgevoerd en vervolgens het lichaam in gaat om verder afgevoerd te worden.
Omdat ik al bindweefselgroei heb aan mijn SI gewricht, wordt dit mijn zwakke plek. De afvalstoffen hebben bij dat SI gewricht eigenlijk te weinig ruimte om te passeren, waardoor er zenuwen knel komen , die vreselijke pijn veroorzaken.
In het begin zo erg, ook vanwege de grote hoeveelheid afval die afgevoerd wordt, dat ik nauwelijks kan lopen.
Nu wordt het afval minder, de pijn is ook minder, maar nog wel zo aanwezig dat ik stijf ben in mijn rug en dat er pijnscheuten mijn been in schieten.
Dit alles is nu redelijk aan het stabiliseren.

Ik zie weer spieren verschijnen, het vet wordt minder, het plassen is weer normaal, ontlasting is weer normaal en het zweten wordt minder.
Mijn rug is de ene keer meer dan de andere keer, soms zijn er zelfs dagen dat ik geen pijn heb, maar die dagen heb ik nog niet veel.

Het lichaam is al die tijd ook moe geweest omdat het zo verzwakt was.
Niet veel spierweefsel meer , maar wel aankomen in gewicht, is zwaar en vermoeiend.
Al die processen die aan de gang zijn, zijn ook vermoeiend.
Het zo lang moeten wachten op een operatie werkt ook niet echt mee.

Je kan het ook niet even uitschakelen, het lichaam gaat gewoon door met helen, of je nou moe bent of niet.

Terwijl dit alles aan de gang is, gaat er door de operatie eind november een tweede proces aan de gang.
Het wordt dus dubbel op vanaf dat moment.
In plaats van alleen het lichaam dat aan het helen/afvoeren is, komt nu het helen van mijn hersenen erbij, een nog veel vermoeiender proces.

Volgende keer meer daarover.

One night stand part 3

Ik noem ze maar part 2 en 3 omdat het er allemaal mee te maken heeft. Die avond heeft me veel aan het denken gezet.

Ik heb “hem” nog een paar keer gesproken, nou was ik al niet verliefd of zo, maar het had weer de verkeerde keuze geweest, ha ha ha.
Ik vond het wel spannend allemaal, maar ja , het is geen H.

Ik geloof dat ik H. meer ben gaan waarderen door dit alles, niet dat ik dat niet deed, maar duidelijker gaan zien wat hij allemaal deed en hoe hij voor me was.
Feit blijft wel dat ik “de man” mis in H. De “schouders eronder, we gaan er wat aan doen” mentaliteit. Het roarrrrrrrrrr gehalte in een man.

Misschien is een deel daarvan, mijn eigen onzekerheid. Op zoek naar dat “hij redt me als het fout gaat” gevoel.

Maar de andere kant is ook ,dat het ontbreken van dit, me het gevoel geeft dat ik er een kind bij krijg. En dat wil ik niet.

Ik weet dat ik hem heb ontmoet in een zeer moeilijke situatie, wat hij dan toch maar weer wel geflikt heeft.
Hij kon ook geen “man” zijn, geen baan, geen geld en een zeer zieke vriendin. Hij was 10 maanden aan het zorgen voor mij.
H. kon er wel mee om gaan, terwijl ik hem “zwak” vond.

Ik moet ook steeds aan mijn zus denken met dit. We zaten pas in de kantine van het ziekenhuis, en daar zat een zielig hoopje in een rolstoel en iemand anders die voor hem zorgde. Toen zei mijn zus zoiets van: “Onze mannen zouden dat ook voor ons doen, we weten zeker dat onze mannen voor ons zouden zorgen in zo’n situatie”. En ik geloof dat we er beiden over eens waren dat dat toch wel een prettig idee was.

Want dat is wel iets wat ik zeker weet, hij zal er altijd voor me zijn.

Al die “mannen” zorgen op een andere manier. Die zorgen op een manier van , dat het je aan niets ontbreekt. In principe moet je alles zelf doen en zij zorgen voor het geld en spullen. Ze zitten dus echt niet heel de dag naast je bed, om er te zijn voor je.
Geven geen 10 maanden van hun leven op om voor je te zorgen. Ze zouden waarschijnlijk iemand inhuren om dat voor ze te doen.

Dus is “de man” wel zo belangrijk?
Misschien is hij wel veel meer “man” dan al die “mannen” bij elkaar.